Taken, beloning en belangenverstrengeling

Taak en werkwijze

1. De rechtspersoon, vertegenwoordigd door het bestuur, bestuurt als bevoegd gezag de onderwijsorganisatie. Hem komen alle taken en bevoegdheden toe die tot het bestuur van de onderwijsorganisatie behoren. Het bestuur is daarvoor eindverantwoordelijk en kan daarop worden aangesproken.

Dit is de werkwijze binnen ZAAM, maar wordt nog vastgelegd in het aan te passen bestuursreglement van ZAAM.

2. Besturen in het VO zijn verantwoordelijk voor:

  • de missie, de visie en de strategie van de onderwijsorganisatie, rekening houdend met haar maatschappelijke taken;
  • de realisatie van de doelstelling, prestaties en de kwaliteit van onderwijs en de bedrijfsvoering en het bewaken van de continuïteit;
  • het naleven van wet- en regelgeving;
  • het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de organisatie, onder meer in dialoog met de omgeving en de dialoog met de collega-onderwijsorganisaties in en buiten de vereniging;
  • het betrekken van de omgeving bij de missie, visie, strategie, beleid, aanbod en kwaliteitszorg van de onderwijsorganisatie.

Dit is vastgelegd in het reglement Raad van Toezicht ZAAM, artikel 30 en het wordt vastgelegd in het aangepaste bestuursreglement van ZAAM.

3. Bij de vervulling van zijn taak richt het bestuur zich naar het belang van leerlingen en hun ouders, de belangen van de overige stakeholders, het belang van de onderwijsorganisatie en naar het belang van de samenleving. De missie en doelstellingen van de onderwijsorganisatie vormen het uitgangspunt voor het handelen van het bestuur. Het bestuur handelt en besluit in overeenstemming met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Dit wordt vastgelegd in het aangepaste bestuursreglement van ZAAM.

4. Het bestuur treedt als eenheid naar buiten.

Dit wordt vastgelegd in het aangepaste bestuursreglement van ZAAM.

5. De wijze waarop de functies intern toezicht en bestuur onderscheiden en gescheiden worden, is vastgelegd in de statuten en/of een reglement. Daarin staat beschreven welke organen welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben ten aanzien van het besturen, toezicht houden en het afleggen van verantwoording, hoe deze organen worden samengesteld en welke werkwijze deze hanteren.

Deze functiescheiding is terug te vinden in de statuten, het reglement Raad van Toezicht ZAAM en het bestuursreglement

6. Indien het bestuur uit meerdere personen bestaat, wordt duidelijk omschreven wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft. Dit wordt vastgelegd in de statuten en/of het reglement.

De taakverdeling tussen de voorzitter en het lid van het College van Bestuur is vastgelegd in een document en wordt vastgelegd in het aangepaste Bestuursreglement.

7. Het bestuur legt uitgangspunten en uitwerkingen ten aanzien van professionaliteit van leraren vast.

Dit is vastgelegd in de kadernotitie Professionalisering ZAAM.

8. Het bestuur bevordert een cultuur binnen de organisatie die het mogelijk maakt dat werknemers en andere belanghebbenden melding durven maken van door hen vermoede onregelmatigheden binnen de organisatie.

Hiervoor is de regeling melden vermoeden misstand ZAAM’ opgesteld.

9. Het bestuur heeft een beleid ter bevordering van het integer handelen. Het bestuur draagt zorg voor een integriteitcode, waarin concrete regels en algemene gedragslijnen zijn geformuleerd.

De Integriteitscode ZAAM is hier te vinden. Op schoolniveau is/wordt dit verder vertaald naar gedragsregels voor leerlingen en personeel.

10. Het bestuur informeert het interne toezicht actief, tijdig en adequaat en verschaft alle informatie die het interne toezicht voor vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

Dit is vastgelegd in het reglement Raad van Toezicht ZAAM, artikel 31.

Benoeming, ontslag en beloning

11. Het interne toezicht stelt de gewenste omvang van het bestuur vast.

In de statuten van ZAAM staat in artikel 5 lid 1 dat de Raad van Toezicht het aantal leden van het College van Bestuur vaststelt.

12. Het interne toezicht stelt de contractduur van de bestuurder(s) vast en geeft met redenen omkleed aan of wordt gekozen voor een aanstelling voor bepaalde of onbepaalde tijd.

In de statuten van ZAAM is in artikel 5 lid 5 vastgelegd dat de leden van het College van Bestuur worden benoemd voor een door de Raad van Toezicht te bepalen periode.

13. Het interne toezicht maakt ten minste eens in de vier jaar een integrale balans op van het functioneren van het bestuur, op basis van in ieder geval de gemaakte afspraken over doelen en doelbereiking, en het actuele functioneren van het bestuur in relatie tot de toekomstige opgaven van de organisatie.

De Raad van Toezicht doet dit jaarlijks in het boordelingsgesprek, zie artikel 30 van het reglement Raad van Toezicht ZAAM.

14. Het interne toezicht evalueert en beoordeelt jaarlijks het functioneren van het bestuur en van de bestuurder(s). Het interne toezicht voert hiertoe functionerings- en beoordelingsgesprekken met het bestuur(s), op basis van inbreng uit de onderwijsorganisatie en legt de uitkomsten en gemaakte afspraken schriftelijk vast.

Dit is vastgelegd in het reglement Raad van Toezicht ZAAM. Bij artikel 23 lid 4 is vastgelegd dat de inbreng vanuit de GMR en vanuit enkele directeuren wordt meegenomen in de jaarlijkse evaluatie/beoordeling.

15. Het interne toezicht laat zich bij het vaststellen de beloning van het bestuur leiden door de wet- en regelgeving op dit punt.

De cao voor bestuurders in het VO wordt gevolgd. In het jaarverslag wordt hierover verantwoording afgelegd.

16. Het interne toezicht bewaakt jaarlijks de professionaliseringsbehoefte van het bestuur en ziet toe op de uitvoering.

Dit is onderdeel van het jaarlijkse beoordelingsgesprek.

Belangenverstrengeling

17. Het interne toezicht meldt in het jaarverslag alle al dan niet betaalde nevenfuncties van de bestuurder(s).

Alle nevenfuncties van bestuurders worden op internet gepubliceerd en vanaf 2015 in het jaarverslag opgenomen.